logo jongleren
Artikel

Rekenen met Jan met de grote K


Een duik in het onderzoek naar de meerwaarde van samenwerking tussen het basisonderwijs, kunstenaarschap en museum met Elsje Miedema van De Taaltuin, kunstenaar Wolf Brinkman en Liesbeth Slats van Stedelijk Museum Schiedam.

door Elsje Miedema, Wolf Brinkman en Liesbeth Slats


Rekenen kan je natuurlijk gewoon in de klas doen. Maar soms is die ruimte te klein voor de magie van de getallen. Dan heb je je verbeelding nodig.

 

Krattenwand

Een kunstzinnige stapeling van bierkratjes lijkt misschien niet direct de beste setting om kinderen uit te nodigen tot rekenen. Maar aannames en eerste indrukken kunnen misleidend zijn! Wat kun je veel leren en ontdekken bij de krattenwand van Jan Henderikse. De rekenvragen van kinderen ontstaan vanzelf. “Hoeveel flesjes zitten er wel niet in?” De meeste vragen hoef je alleen maar terug te geven. “Wat denk je zelf?” De ultieme vraag om de radertjes te laten draaien en samen op onderzoek uit te gaan. Je kunt verrassende vragen stellen, zoals: “Kun je een beeld uitkleden?” Daarmee nodig je de kinderen uit om een 3D-beeld van verschillende kanten te bekijken. Je laat ze zo begrippen als ‘ruimte’ en ‘volume’ verkennen. Dat proces loont, het levert nieuwe inzichten, ontdekkingen en vooral een ervaring op. Wolf Brinkman heeft met zijn frisse blik kunstwerken in dienst van betekenisvolle onderzoeksvragen gezet. Kijk je vanuit zijn ‘ruimtevaarders’ perspectief naar de wereld? Dan kan een ontmoeting met een kunstwerk je zomaar het nut van tafels laten ervaren (en je tegelijkertijd bewust maken van de grenzen van het denken in ‘het juiste antwoord’). Had ik zelf maar leren rekenen bij de krattenwand van Jan met de grote K…

 

Museumlessen

Als je naar kunst gaat kijken, raak je al gauw verstrikt in je eigen vaste voorkeuren en patronen. Hoe kom je voorbij de emotie afschuw als je een werk lelijk vindt? En hoe voorkom je dat je eindeloos naar hetzelfde werk teruggaat, alleen omdat je het mooi vindt? De museumlessen van het Stedelijk Museum Schiedam ondersteunen de leerprocessen rondom (onder)zoeken en maken kunst betekenisvol. Leren is in eerste instantie moeite doen. Moeite doen om datgene wat je al denkt te bevragen en wat je niet weet uit te zoeken. Vaak zetten we kinderen en leerkrachten op het verkeerde been om ze uit te dagen wat ze zien, denken en (denken te) weten onder woorden te brengen. En vaak komt daar keihard taal en rekenen aan te pas.

Hoe dan? We nemen je even mee. Kijk eens naar dit plaatje. Hoeveel vierkanten zijn er? Een ogenschijnlijk simpele vraag, zou je kunnen denken. Maar je kunt er ook niet omheen dat je, om tot een antwoord te komen, het beeld lang en secuur moet bekijken en onderzoeken. Doe je dat met de kunst van Schoonhoven, dan ziet het er iets spannender uit:

 

OBS De Taaltuin, hardcore rekenen met Jan Henderikse en Jan Schoonhoven, R 71-20, Reliëf

De kinderen van groep acht van De Taaltuin gingen met dezelfde vraag aan de slag. Sommigen dachten dat er 64 vierkanten waren; “Je doet gewoon 8×8.” Anderen zagen langzaam dat er ook grotere vierkanten waren. Die ontdekking werd onderling gedeeld en er kwamen levendige discussies op gang. Een kind riep vertwijfeld uit: “Het zijn er oneindig veel.” Er werd ook gegokt en een enkeling hield vast aan de bekende aangeleerde rekenwet van 64. Cagatay, een van de jongens die het probleem had onderzocht, kwam met het antwoord: 203. Een halve minuut later voegde hij daar nog een vierkant aan toe: “Het grote eromheen.” De uitleg van zijn rekenmethode was elegant en misschien zelfs geniaal. Samen ontdekten de kinderen dat vierkanten uit vierkanten kunnen bestaan. En als vanzelf leek er aandacht voor Schoonhovens vierkanten die uit rechthoeken waren opgebouwd, de schaduwlijnen die het licht erin maakten en de duizelingwekkende hoeveelheid ervan. De vraag of het werk mooi of lelijk was, deed er even niet toe, het was vooral goed. Goed, omdat Jan Schoonhoven er, net als zij, keihard aan gerekend had.

 

Het begrip ruimte

Ruimtelijk inzicht is een lastige competentie, die naast andere meetkundige doelen aandacht verdient vanaf de basisschool. Toen ik (Elsje Miedema, cultuur- en onderwijscoördinator De Taaltuin) nog handvaardigheidsles in de brugklas gaf, kostte het me veel moeite om de leerlingen een ontwerp te laten maken waarbij alle kanten werden meegenomen. Een voor- en een achterkant konden de leerlingen wel bedenken, maar om zich een verbeelding te maken van de zijkanten was voor velen niet te doen. In de meeste rekenmethodes (ik heb WIG erop nagekeken) wordt weinig aandacht besteed aan meetkunde, terwijl het belang van meetkunde voor het dagelijks leven door het SLO nadrukkelijk wordt genoemd (denk hierbij bijvoorbeeld aan deelname aan het verkeer, sport en dans, logistiek of het inrichten van een woning). Het begrip ‘ruimte’ komt juist binnen de kunstlessen regelmatig aan bod. Naast het maken van ontwerpen of plattegronden, waarbij de leerlingen de vertaling van tweedimensionaal naar driedimensionaal maken (en andersom), ervaren en beleven de kinderen de ruimte met meerdere zintuigen en vanuit verschillende perspectieven. Je kunt dansen, om een beeld heen bewegen, een foto maken, bouwen, stapelen, kantelen, spiegelen, vergroten, verdelen of… gewoon uitproberen hoeveel kleuters er in een boot passen. Reken maar dat het begrip ruimte steeds meer inhoud en betekenis zal krijgen.

 

Je kunt dansen, om een beeld heen bewegen, een foto maken, bouwen, stapelen, kantelen, spiegelen, vergroten, verdelen of… gewoon uitproberen hoeveel kleuters er in een boot passen.


Datum: 18 oktober 2018