logo jongleren
Nieuws

In gesprek met Els Kooy


Els Kooy (Rotterdam, 1962) is oprichtster van Kooy Mediconsult, waarmee Primo Schiedam samenwerkt om medewerkers zo gezond mogelijk te laten werken. Els leidt daarin haar team waarin zij zelf werkt als bedrijfsarts.

Door Herman Lamferkamp, directeur Montessori Schiedam


“Waarom ik, toen ik jong was, geneeskunde ben gaan studeren, weet ik niet meer zo goed. Ik ben niet opgegroeid in een artsenfamilie. Mijn ouders zijn niet hoogopgeleid. Zij hebben er hard voor gewerkt om mijn zus en mij te laten studeren; dat vonden ze geweldig.

In 1988 was ik arts. Huisarts of specialist worden zat er niet in. Het was echt heel lastig om werk te vinden en er moest brood op de plank. Van een kennis wist ik dat ze waarnemend verzekeringsartsen zochten bij het GAK, dus ben ik dat gaan doen.

Ik kende die wereld niet. Tijdens de artsenstudie wordt je voornamelijk opgeleid om huisarts of specialist te worden. Als verzekeringsarts komen er geen kinderen en gepensioneerden op je spreekuur, maar binnen de werkende groep mensen zie je alle medische problematiek die er maar bestaat. En eigenlijk zie je vooral de ernstige medische problematiek, omdat mensen met iets simpels als een verkoudheidje niet op je spreekuur komen. Dus dat was interessant.

Daarna kwam ik bij een bedrijfsvereniging voor de gezondheidszorg terecht. Ik ging in opleiding tot verzekeringsarts. Na vijf jaar veranderde de wetgeving, en toen dacht ik: Ik denk dat ik dit vak niet leuk blijf vinden. Ik besloot iets anders te gaan doen, iets wat erop lijkt en wat ik wel leuk vind. Dat werd dus bedrijfsgeneeskunde.

Ik startte bij de GGD Nieuwe-Waterweg Noord. Grappig is, dat ik in die tijd ook het openbaar primair onderwijs in Schiedam onder mij had. Dat viel toen nog onder de gemeente, maar is nu Primo geworden.”

 

Durf te kiezen, zorg dat je zelf verantwoordelijk blijft. En probeer daarnaar te leven

 

Eigen organisatie

“In 2000 ben ik voor mijzelf begonnen. Dat was heel leuk. Je ziet weer heel verschillende dingen en ondertussen was ik ook een praktijk gestart voor letselschade als medisch adviseur.
Vanaf 2005 mocht ik door een verandering in de Arbowet als bedrijfsarts ook zelf contracten gaan sluiten met klanten.
In 2007 hebben we ons pand aan de Tuinlaan gekocht en daarna is ons bedrijf geleidelijk gegroeid met eerst een assistente voor één dag in de week tot de omvang zoals het nu is.

Wat ik leuk vind, is dat je niet werkt bij zo’n grote arbodienst waar de managers productgestuurd leidinggeven. Binnen mijn eigen organisatie maak ik zelf afspraken met werkgevers. Ik probeer maatwerk te leveren aan alle klanten. Ze zijn allemaal anders en er zijn verschillende wegen naar Rome om ervoor te zorgen dat iedereen weer lekker in zijn vel zit en lekker functioneert, zowel op individueel niveau als op werkgeversniveau. En dat zo houden is ook belangrijk, dus preventie hoort daarbij.

In wezen lijkt mijn werk heel erg op dat van een huisarts, maar ik schrijf dus niet een recept voor. Ik genees niet in de letterlijke zin, maar ik help mensen wel. Dat doe ik met mijn kennis en door ze te begeleiden en verwijzen. Wat ik merk, is dat mensen het fijn vinden om die begeleiding te hebben, op een enkeling na. Er zijn altijd mensen die het niet met je eens zijn, of waar een andere agenda is, maar dat is niet het gros. Het gros wil gewoon terug, baalt ervan wat hem of haar is overkomen met ziekte of een ongeluk en wil gewoon geholpen worden om terug te keren. Ik probeer daarin een rol te spelen. Mensen hebben vaak zoiets van: je bent er toch voor de werkgever om mij zo snel mogelijk terug te laten keren? Ik zeg dan: ‘Maar dat wil jij toch ook, weer herstellen en zo snel mogelijk terugkeren?’ En dat willen ze dan eigenlijk wel. Daar is het raakvlak van werknemer en werkgever. Het doel is voor allebei dat jij weer lekker in je vel zit, zodat je weer kunt werken.”

 

Het doel is voor allebei dat jij weer lekker in je vel zit, zodat je weer kunt werken

 

Levenslessen

“Werk is in mijn visie ook veel meer dan alleen je centen verdienen. Het is fijn dat je ze krijgt, die centen, maar werk geeft ook ritme, structuur, een maatschappelijke positie, zingeving, contact met anderen, opleiding en persoonlijke ontwikkeling.
Omgekeerd is persoonlijkheid ook een belangrijk instrument in je werk. Wie mij het allereerst gevormd heeft, was mijn tweede baas. Ik was als dokter opgeleid, maar hij wilde dat ik ook zelfstandig werd. Ik werkte in een klein team met artsen en een verpleegkundige. Ik vond het zoeken hoe ik met haar een samenwerkingsrelatie kon krijgen. Ik weet dat ik aan mijn baas hulp vroeg, waarop hij zei: ‘Die krijg je niet van mij. Je moet het zelf gaan ontdekken.’ Hij zei: ‘Ik kan wel vertellen hoe ik het doe, maar dat zal niet werken als jij dat zo gaat doen, want ik ben ik en jij bent jij. Jij moet jouw manier gaan vinden om dat te doen. Kijk maar goed naar je collega’s, dan zal je zien dat ze het allemaal anders doen op een manier die bij hen past. Leer daarvan en pak daar je eigen dingen uit.’ Ik geloof niet dat ik heel blij was toen, maar het is me wel gelukt. Zijn boodschap – je bent wel arts en je hebt je kennis, maar je moet je eigen stijl gaan ontwikkelen – was een belangrijke les.
Een andere grote leermeester was een psycholoog waarbij ik training heb gevolgd in de Dordogne – mooie plek, trouwens. Hij leerde mij gesprekken voeren op een andere manier dan dat ik geleerd had, namelijk via transactionele analyse. Je leert daarin jezelf heel erg meenemen.”

 

Andere tijden

Primo is een heel andere organisatie dan indertijd Openbaar Onderwijs Schiedam onder de gemeente was. Het is niet meer te vergelijken. Onderwijs is sowieso heel anders dan vroeger. Uitval was er toen ook, maar het was gemakkelijker om in een arbeidsongeschiktheidsregeling terecht te komen. Ik vind dat niet goed, omdat werk ook je herstel kan bevorderen of versnellen. Uit onderzoek komt naar voren dat niet alleen medische hulp, maar het werk zelf ook helpend is. Mensen met een ernstige ziekte blijken een betere prognose te krijgen als zij, mits dat kan, ook blijven werken.

Er is in de afgelopen twintig jaar veel veranderd als je kijkt naar wat leraren moeten en moeten kunnen. Ook in de geneeskunde zie je dat door de veranderde samenleving en door veranderde voedingspatronen er ander gedrag ontstaat, zowel bij kinderen als bij volwassenen. Door deze veranderingen zijn kinderen sneller prikkelbaar. Ik denk ook dat het kind een andere positie heeft gekregen in het gezin. Nu is dat vrijer dan eerst. Je werkt in het onderwijs niet alleen in het keurslijf van de cao en ook financieel, maar dus ook in het keurslijf van de beeldvorming en van de wensen van de ouders en kinderen.

De 55-plusser is opgegroeid met andere normen en waarden dan de ouders en de kinderen van vandaag. Preventief is dan dat de oudere werknemer ook meegenomen moet worden in een andere attitude. En je ziet dat sommigen dat doen, maar sommigen niet. Tegelijkertijd zijn daar ook grenzen aan, aan het zich kunnen aanpassen. Dat is de spagaat waarin je zit.

Ik zie een school/schoolbestuur ook als een bedrijf dat producten levert. De producten in het onderwijs zijn wat vager dan bijvoorbeeld in een koekjesfabriek, maar je levert uiteindelijk ook gewoon een product. En als je koekjes levert, zijn dat geen croissants. Dat betekent dat je als onderwijsinstelling ook duidelijk moet weten wat je wel en niet kan leveren. Als je voortdurend ingaat op de wensen van ouders, dan ga je op den duur ook ineffectief leveren. Want je kunt niet alles leveren, er is duidelijk een begrenzing aan.”

 

Ik zie een school/schoolbestuur als een bedrijf dat producten levert. Dat zijn wel producten die wat vager zijn dan bijvoorbeeld koekjes van een koekjesfabriek…

 

Carrièremanagement

“De burn-out is de meest voorkomende beroepsziekte in het onderwijs. De gemiddelde leerkracht is gericht op anderen, zorgzaam. Stelt de belangen van een ander voorop. Met als gevolg dat ze vergeten naar zichzelf te kijken in de zin van ‘Wat heb ik nodig?’ en ‘Welke ontwikkeling heb ik nodig?’. Ook is zakelijk denken en begrenzen niet iets natuurlijks voor leerkrachten.

Het is ook een eenzijdige opleiding. Je werkt in het onderwijs, je bent onderwijs, en de wereld buiten het onderwijs lijkt onbereikbaar. Antwoord geven op de vraag: ‘Wat ga je doen als je vindt dat het onderwijs niet meer bij je past?’ is vaak erg moeilijk. Dan blijf je dus hangen als het niet meer helemaal past en dan blijf je doen waar je je niet goed bij voelt. Dit kan dan leiden tot zo’n burn-out. Zeker als je dan 50-plusser bent, want die kan op dat moment nauwelijks meer ergens anders iets vinden. Dus ik denk dat je veel eerder in het traject met mensen aan de slag moet gaan. Je moet je zo rond je veertigste de vraag stellen of je dit blijft doen tot aan 67 jaar. En als dat niet zo is, Wat ga je dan nu doen om er niet op je 55ste achter te komen dat je te lang bent blijven hangen en het dan dus niet meer lukt om ergens anders aan het werk te gaan? Die verantwoordelijkheid moet eerder genomen worden, door de mensen zelf en misschien ook wel door de directeuren.

Wat kunnen we doen om het meer bedrijfsmatig te gaan zien? Dat betekent dat je carrièremanagement en misschien ook wel productmanagement moet gaan doen.

Zeggen: ‘Jij bent een goed persoon, maar je kwaliteiten liggen misschien wel ergens anders dan wat er hier en nu nodig is.’

Scholen zijn ook hele platte organisaties, met weinig variatie in functies. Als je wat meer zou differentiëren of die klassen anders vorm zou geven, dan kun je ook in taken voor personen differentiëren en meer maatwerk creëren. Er is nu een lerarentekort en dan kun je zeggen dat er meer leraren bij moeten, maar is dat wel zo? Misschien moeten er wel meer onderwijsassistenten bij.

De ontwikkeling dat – anders dan vroeger – onbeperkt verzuim of financieel aantrekkelijk afvloeien niet meer kan, hebben alle sectoren doorgemaakt. Ik zie wel dat het onderwijs daarin achteraan loopt. Er zijn gelukkig steeds meer prikkels om goed te functioneren, zowel voor werknemers als voor werkgevers. Ik denk dat het onderwijs nog verder moet ontwikkelen. Steeds meer richting een gewoon bedrijf.

Als dat niet gebeurt, dan zal je zien dat mensen in de groep 55-plussers die niet meer helemaal mee kunnen komen, gebruikmaken van de regelingen om af te vloeien, hetzij via arbeidsongeschiktheid, hetzij via een vervroegde pensionering. Ze raken dan in werkloze situatie waarvan ik denk: dat is zonde. Die mensen hebben heel veel kwaliteiten die je best kunt gebruiken als je het maar anders organiseert. En het is nog goed voor henzelf ook.”

 

Durf te kiezen

“Ik heb niet direct een levensmotto, maar wel: elke dag is er weer één. Ik hoor natuurlijk genoeg dramatische verhalen. Van de meeste ziektebeelden weet ik dat het toch wel weer goed komt, maar soms – als het niet goed komt – ben ik daar wel van van slag. Leef je leven nu, leer van wat er gebeurt en durf keuzes te maken. En vertrouw erop dat als je keuzes hebt gemaakt, het uiteindelijk ook wel weer goed komt. Dus durf te kiezen en zorg dat je zelf verantwoordelijk blijft en probeer daarnaar te leven.”

 

Binnen Primo werken we aan gezond. We spreken eigenlijk niet meer van een verzuimbeleid. We kijken veel liever naar verzuimpreventie en het realiseren van re-integratie. We geloven dat iedere medewerker zich inzet voor de mogelijkheden om een bijdrage te leveren aan ons onderwijs, de scholen en de kinderen. Dit waarderen wij enorm. Ten behoeve van verzuimpreventie laten we ons goed adviseren en begeleiden door Els Kooy en haar collega’s. Met vragen kun je bij je leidinggevende en de afdeling P&O terecht, maar ook Kooy Mediconsult is voor iedere medewerker direct bereikbaar!

 


Datum: 18 oktober 2018