logo jongleren
Nieuws

In gesprek met Pepita van Laer


“Als je verbinding maakt met elkaar, kun je zoveel bereiken”

 

Pepita van Laer (Vlaardingen, 1972) is clustermanager van de Schiedamse kinderdagverblijven, peutergroepen en bso’s van Mundo Kinderopvang. Als clustermanager maakt zij deel uit van het managementteam en het directie-overleg van Mundo.

door Herman Lamferkamp


 

Ik werk nu al meer dan 25 jaar in de opvang
Na de havo ben ik bij Mundo (wij heetten toen nog anders) terechtgekomen als stagiair. Ik heb de opleiding afgemaakt en ben gebleven. Ondanks dat het werken met kinderen heel erg leuk is, wilde ik na een paar jaar wat meer. Ik ben toen als praktijkopleider begonnen en daarna werd ik locatiemanager. Het aantal locaties waar ik mee en voor werk groeide steeds verder door. Nu ben ik verantwoordelijk voor alle locaties in Schiedam.

Ik stuur vooral op cijfers en heb geen dagelijks contact met iedere locatie. Dat gaat niet, het zijn er inmiddels dertien. De ‘medewerkers-plus’ zijn op elke locatie mijn oren en ogen en de mensen waarmee ik direct contact heb. Ik ga er ook regelmatig op bezoek. Ik ken de cijfers van mijn locaties en analyseer ze, maar als ik een rondje maak, zie ik eigenlijk net zoveel. Cijfers bevestigen dan in de meeste gevallen dat wat ik zie en voel.

 

Mundo is een redelijk platte organisatie met weinig overhead
Ik maak deel uit van het managementteam waarin zaken worden besloten. Daarnaast zijn er momenten waarop we met elkaar inspiratie op kunnen doen. Wij doen dat in het directie-overleg, dat we zo eens in de zes weken houden op verschillende plekken. We praten dan verder over wat we kunnen verbeteren, bijvoorbeeld als wij op bezoek zijn in een bedrijf dat al verder is met het nieuwe werken. Maar ook: Wie zijn wij als mens en wat vind ik belangrijk? Want waarschijnlijk vind je dat ook belangrijk binnen je werk, binnen Mundo, op de groepen, en is het bepalend voor wat je mee wilt geven aan kinderen.

 

Eigenlijk vlieg ik de hele dag van hot naar her en dat vind ik leuk
Ik ben ook bij netwerkbijeenkomsten en in formele overleggen met onderwijs en gemeente. Ik kan mij daarover verbazen, dan denk ik: wat een bijzondere werelden. Bijvoorbeeld als het gaat om keuzes die worden gemaakt in de besteding van gemeenschapsgeld.

Mundo heeft niet zo heel veel te maken met subsidies, wij houden onze eigen broek op, maar wij hebben een aantal peuterspeelzalen overgenomen waardoor je wel met subsidies te maken hebt. Daar moet je verantwoording over afleggen – terecht! – maar ik vind het bijzonder dat mensen denken kwaliteit te kunnen meten aan de hand van cijfertjes. Uiteindelijk is het maar net wat je erin leest en ook wie het leest. Het verhaal achter de cijfers vind ik veel interessanter. En ook als de cijfers bij mij op orde zijn, dan nog wil ik op een locatie een goed gevoel hebben. Het kan niet dat je alleen maar stuurt op cijfers. Ik werk erg vanuit mijn intuïtie en cijfers houden je dan wel scherp.

 

In sollicitatiegesprekken ben ik op zoek naar: wat voor mens ben je?
Ik weet vaak al binnen een paar minuten of iemand bij ons past. Van medewerkers verwacht ik niet dat zij doen wat ik zeg, maar dat zij aangeven wat zij zelf vinden. Natuurlijk mag je een ander idee hebben. Dat moet uiteindelijk natuurlijk wel passen binnen de visie en missie van Mundo, maar je bent wie je bent en iedereen neemt iets anders mee.

 

De wereld verandert
Monique, onze directeur, heeft veel visie en richt zich erg naar de toekomst. Zij kijkt naar de wereld en hoe die verandert en stelt zichzelf en ons steeds de vraag hoe wij daarop moeten inspelen. Dat doen wij op het niveau van de ouders en op het niveau van het kind. Een ouder van ongeveer 28 jaar staat al heel anders in het leven dan een ouder die 35 jaar oud is. De wereld en de verwachtingen veranderen. Dus wat wij al tien jaar aan het doen zijn was leuk voor toen, maar niet meer voor nu.

Kinderen hebben ook andere dingen nodig
In ons managementteam gaat het dus ook over wat wij kinderen aanbieden en hoe wij hen stimuleren. De laatste tijd zijn wij vaak bezig met de vraag: kinderen van nu, wat moeten die straks kunnen? Wat is belangrijk om hen mee te geven?
Wij zijn dus niet enkel een opvang die gemak biedt voor ouders, maar we willen kinderen een basis meegeven. De eerste vier jaar in het leven zijn zo ontzettend belangrijk voor het vervolg in het onderwijs.
Wij geven dat soort onderzoeken en inzichten ook door aan al onze collega’s en stellen daarbij de vraag: wat ga jij daarmee doen? Dat maakt het werk ook voor medewerkers erg leuk.
Daarbij komt: als je tevreden kinderen hebt, dan heb je ook tevreden ouders.

 

Ik maak mij wel zorgen over de toekomst van de peuterspeelzalen
Je merkt dat de groepen steeds meer bestaan uit zogenaamde ‘doelgroepkinderen’, dus kinderen die met een indicatie vijf dagdelen komen.
Ik merk aan de ene kant dat wij soms kinderen missen die van de peuterspeelzaal af zijn gegaan toen de eigen bijdrage hoger werd. Aan de andere kant kiest de ouder met een kind zonder indicatie vaak voor hele dagopvang, omdat zij dan zelf kunnen bepalen op welke dag van de week hun kind wordt opgevangen.
Wat over blijft, zijn groepen van 16 kinderen die Nederlands moeten leren. Dat is niet onmogelijk, maar wel lastig. Meer flexibiliteit in de subsidieregels kunnen helpen om tot een betere mix van kinderen te komen.

 

Primo zie ik als een club die dat vastgeroeste in het onderwijs helemaal zat is
Dat merkte ik op de studiedag in 2016. Ik vond dat zo’n goede studiedag. Primo staat voor mij voor vernieuwing en dingen durven die eigenlijk niet horen. Grenzen over gaan. Daar was ik zo blij om. Ik dacht: wat lekker, een organisatie die er zo in staat en die op zo’n dag probeert alle medewerkers wakker te maken.
Durven dromen, dat past ook bij mij. En de duidelijkheid over: waarom doen we nu eigenlijk wat we doen.? Als je verbinding maakt met elkaar, kun je zoveel bereiken. De samenwerking op Het Windas en De Singel loopt daarom ook heel prettig. We hebben overleg, delen de ib’er… Het is misschien nog geen integraal kindcentrum, maar toch. En als ik door het nieuwe gebouw van De Singel loop, dan ben ik daar ook trots op, ook al wordt er maar een klein stukje door Mundo gebruikt.

 

Als ik ver weg zou verhuizen en daarom niet meer bij Mundo zou kunnen werken, dan weet ik niet of ik in de kinderopvang wil blijven werken
Ik vind het een leuke branche, maar ik ben zelf niet van de wet- en regelgeving en merk dat het steeds meer dichtgetimmerd wordt. Ik heb ook al heel veel gezien en gedaan en er moet dan ook voldoende uitdaging zijn. Ik weet het dus niet, alhoewel kinderen op mij een aantrekkingskracht blijven hebben. Ik vind het een prettige doelgroep en je kunt er zoveel mee. Ik denk ook dat je, als al jong begint met een goede basis, verderop minder problemen zult hebben als maatschappij.

 


Datum: 22 mei 2018