logo jongleren
Artikel

Maat(jes)werk


In het Maatjesproject van Elsje Miedema en Saskia Berkhout van De Taaltuin gaan leerlingen uit de bovenbouw gekoppeld aan leerlingen uit de onderbouw zelfstandig op pad door het museum om samen betekenis te geven aan kunst. Zo liepen 150 grote en kleine kinderen in tweetallen, soms hand in hand, zomaar zelf door de collectie van Stedelijk Museum Schiedam.

Door Wolf Brinkman, Elsje Miedema en Liesbeth Slats, foto Fleur Beerthuis


Een bijzonder gezicht voor de museummedewerkers en de leerkrachten, want wat waren ze geconcentreerd aan het kijken, wisselden ze ideeën uit, luisterden ze goed naar elkaar en hadden ze tegelijkertijd een lol! Er werd niet alleen betekenis gegeven aan kunst, maar er ontstonden ook waardevolle onderlinge verbindingen.

Zomaar wat flarden van gesprekken tussen leerlingen uit de boven- en onderbouw van De Taaltuin: “Dit kunstwerk is verdrietig.” “Nee joh juist blij, kijk maar naar die kleuren!” “Wat bedoel je?” “Moet je dat hoofd zien! Kom eens op de grond liggen, vanaf hier ziet het er heel anders uit.” Wij geven hierbij vast een voorzet hoe je het nieuwe leergebied ‘burgerschap’ in een rijke context aan kunt bieden: met je maatje naar het museum, een samenwerking tussen school, museum en kunstenaar.

 

Hoe hebben wij dat gedaan?

In de bovenbouw hebben de leerlingen zich samen met kunstenaar Wolf Brinkman voorbereid op het museumbezoek door met elkaar in gesprek te gaan over de afbeeldingen van kunst uit het museum. Het onder woorden brengen van eigen emoties en het herkennen van de emoties bij anderen was soms best lastig. De steunvragen Wat zie je? Wat denk je? En wat voel je? helpen om betekenis te geven aan kunst en maken het gemakkelijker om emoties onder woorden te brengen. Kunstenaar Wolf Brinkman ontwikkelde een lesprogramma waarin kinderen leren om samen met hun maatje op een betekenisvolle manier kunst te onderzoeken.

 

Voorbereiding is het halve werk

Hoe bereid je een museumbezoek met een kleuter voor? In groep 7 werd het volgende opgeschreven: “Haar steunen, motiveren, met diegene een beetje praten, we moeten praten over de regels, wat wel mag en wat niet mag, en ze moeten ook niet de kunstwerken aanraken.” “Zullen we afspreken dat je mijn hand gaat vasthouden, want anders kan er een ongeluk gebeuren.” “Maak duidelijke afspraken. Je vertelt de regels en afspraken en hij moet niet weglopen.” “Maak er een spel van.” “En je moet ze wel helpen en alles uitleggen. Ik denk dat ze het best spannend vinden.” Dit is burgerschap!

 

Hoe onderzoek je kunstwerken dan?

De begrippen ‘mooi’ en ‘lelijk’ bieden al veel mogelijkheden om kunstwerken met behulp van redeneren te onderzoeken. Het zijn subjectieve begrippen en daar kan je je geen buil aan vallen. Bovendien kan het best een opluchting zijn om iets dat in een museale omgeving is ‘spuuglelijk’ te vinden. Jij bent de baas over wat je ziet en dat eigenaarschap maakt de betrokkenheid om te kijken en onderzoeken groot. Tussen mooi en lelijk zit een emotioneel gebied dat zich leent voor een verfijning in het onderzoek naar de betekenis van kunst. In de jaren `70 van de vorige eeuw omschreef de Amerikaanse psycholoog Paul Ekman de zogenaamde basisemoties. Hij definieerde zeven universele emoties die mensen over de hele wereld hebben: blijdschap, angst, verbazing, minachting, droefheid, afschuw en woede. Samen met de kinderen heeft Wolf uitgezocht wat die emoties zijn en of je ze kunt voelen bij bepaalde kunstwerken, dat leverde verrassende resultaten op. Het verwoorden van gevoelens naar een maatje kan niet alleen je taalvaardigheid vergroten, maar misschien ook wederzijdse interesse en daarmee inzicht in jezelf en in de ander.

 

Burgerschap

Momenteel wordt nog flink geschaafd aan het nieuwe curriculum, maar één ding staat vast; er moet meer samenhang komen tussen de verschillende leergebieden. We zetten de nieuwe burgerschapsdoelen nog even op een rijtje: “Leerlingen leren dat hun stem gehoord wordt en dat hun inbreng ertoe doet. Zij ervaren dat de ander ook een stem heeft en ervaren daarbij overeenkomsten en verschillen. Leerlingen ontdekken hun primaire en secondaire emoties, ambities en talenten. Leerlingen leren woorden te geven aan wat de ander doet en wil en ontdekt daarin overeenkomsten en verschillen.” Deze doelen krijgen pas betekenis voor een leerling wanneer je ze verbindt en vooral in de praktijk brengt.

 

Maat(jes)werk

Door de nadruk te leggen op het persoonlijke onderzoek, verplaatsen de kinderen zich dynamisch in kleine zelfstandige groepjes door het museum. Het was heel bijzonder om als begeleider mee te luisteren en te zien hoe kinderen vanuit een vrije positie kunst onderzoeken. Laat dat bevragen en interpreteren maar aan de kinderen over. Op dit moment werken de leerlingen uit de bovenbouw hun beste vragen uit en schrijven ze alternatieve tekstbordjes bij de werken die hen het meest zijn bijgebleven. Een project dat de kinderen, de school en het museum(publiek) verrijkt! Want binnenkort krijgen de vragen en de tekstbordjes van deze jonge Schiedammers een zichtbare plek in Stedelijk Museum Schiedam.

 

Zelf op pad
Wil jij zelf ook op deze manier met jouw leerlingen aan de slag? Neem dan contact op Elsje Miedema, Saskia Berkhout, Wolf Brinkman of Liesbeth Slats via info@stedelijkmuseumschiedam.nl

 


Datum: 8 juli 2019