logo jongleren
Nieuws

Studiereis Graz

Geplaatst op: 8 juli 2019

Voor de tweede keer is er van zondag 19 tot en met vrijdag 24 mei een delegatie vanuit de verschillende besturen PO te gast geweest bij scholen in Graz, een stad in de provincie Steinmark in Oostenrijk. Betty van Dam vergelijkt ons Nederlandse systeem met dat wat ze heeft gezien in Graz.

Door Betty van Dam, directeur De Violier 


In 2017 vertrok voor de eerste keer een delegatie bestuurders en directeuren (Samenwerkingsverband en scholen Schiedam, Vlaardingen, Maassluis) naar Graz. Deze reis is net als twee jaar geleden georganiseerd door Jean Paul Hofkens en Rob in ’t Zand van Nul25. Na die eerste reis is er uitgebreid verslag gedaan in Jongleren. Ik zal hier dus geen verslag maken van wat we allemaal gedaan hebben. Interessanter is om te bedenken wat er van de vorige keer is meegenomen en waarom er besloten is nog een keer te gaan kijken. Dit is mooi verwoord door Frau inspector Sabine: “Om het systeem van jezelf te kennen en te analyseren, moet je andere systemen zien.”

 

Frau inspector Sabine: “Om het systeem van jezelf te kennen en te analyseren, moet je andere systemen zien.”

 

Er bestaat een zekere wens, reden of noodzaak om de inrichting van het onderwijs te veranderen, het geld anders te verdelen en kinderen niet in te delen in verschillende groepen met uitsluiting tot gevolg. Wat we in Steinmark zien is dat kinderen met een handicap zowel lichamelijk als geestelijk samen naar school gaan met kinderen zonder handicap. Het woord handicap betekent letterlijk beperking, zoals iedereen wel weet; een relatief begrip als je erover nadenkt. Het is een beperking ten opzichte van wat…?

Het schijnt dat een op de tien kinderen in West Europa volgens de Stichting NSGK (Nederlandse Stichting voor het gehandicapte Kind) een of andere vorm van beperking heeft. Een kind met een beperking kan iets niet wat een ‘normaal’ kind wel kan. Of een kind met een beperking gedraagt zich anders dan een ‘normaal’ kind. Een kind met een beperking heeft iets nodig wat ‘normale’ kinderen niet nodig hebben. Dit ‘iets’ bieden is maar moeilijk mogelijk in het systeem van het Nederlandse onderwijs. Bovendien zijn we erg gericht op de groepsprestaties en schoolprestaties, en moet je boeken vol schrijven om te verantwoorden waarom een kind een bepaald niveau niet haalt en boeken vol schrijven om extra geld te krijgen om voor een kind met een handicap extra ondersteuning te kunnen financieren.
Dat is nu eenmaal het systeem en daarom zitten, kort door de bocht gezegd, de meeste kinderen met een handicap afhankelijk van de zwaarte op speciale scholen en instituten die handenvol geld kosten.

Kijken hoe het anders kan

Ons Samenwerkingsverband ‘Onderwijs dat past’ zet zich met name in om ieder kind een gepaste plek te geven en heeft in 2017 de aanzet gegeven om eens te gaan kijken op plaatsen die laten zien dat het anders kan. Door opnieuw met een groep directeuren en IB-ers naar Oostenrijk te gaan, wordt er een beroep gedaan op het bijstellen van de mindset over wat het betekent als inclusie de norm wordt. Als ‘normale’ kinderen het heel normaal vinden dat er kinderen zijn die meer hulp of aandacht of liefde nodig hebben.

Dat is met name wat we hebben gezien. Als we het systeem zoals in Oostenrijk zouden willen invoeren dan moet er heel wat gebeuren. In de eerste plaats alle scholen voor speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs afschaffen en het geld naar de reguliere scholen sluizen. In Oostenrijk bestaat er net als hier ook zoiets als PGB (persoonlijk gebonden budget). Ouders gebruiken dat helemaal of een deel ervan om extra zorg voor hun kind op de school te kunnen inkopen.

Wat we dan zien is kleine klassen met twee leerkrachten, schaduwleerkrachten die soms de hele tijd naast een kind zitten, veel faciliteiten om kinderen te verzorgen, een vage grens tussen normaal en gehandicapt, autonome leerkrachten die zelf bepalen hoe ze de doelen bereiken. Het was leerzaam, indrukwekkend, soms chaotisch, maar zette vooral aan tot nadenken over ons eigen systeem en de vanzelfsprekendheid van speciaal onderwijs als een verworvenheid, ja, voor wie eigenlijk…?

 

“Onderwijsmensen zijn blijkbaar niet echt in een hokje te stoppen.”

 

Naast deze ‘ideale wereld’ was het ook mooi om te beleven hoe de hokjesgeest tussen openbaar en bijzonder onderwijs in de groep wegviel. Onderwijsmensen zijn blijkbaar niet echt in een hokje te stoppen. Als je ze bij elkaar zet met een hoger doel, worden de schotten onzichtbaar. De Oostenrijkse scholen bijvoorbeeld zijn allemaal katholiek en in iedere klas hangt een kruis boven de deur. Een van de directeuren vertelde dat we dit meer cultuurbepaald als godsdienstig moesten opvatten.
Dat geeft ook te denken. Ik zie dat in Nederland niet zo gauw gebeuren, maar als we met elkaar samenwerken aan inclusie, is de ontschotting wat mij betreft weer een stap dichterbij.