Inspelen op meertaligheid

Hoe zet je de moedertaal van leerlingen in om hun Nederlands verder te verbeteren? Op welke manier helpt het afzetten van je eigen ‘culturele bril’ om ouders beter te ondersteunen en betrekken? Esmee de Zeeuw van basisschool De Peperklip volgde samen met collega’s het trainingsprogramma van Team Taal & Cultuur. In dit artikel vertelt ze hoe de handvatten die zij gedurende het traject kregen aangereikt, merkbaar effectief zijn op hun school.

door de redactie


‘Hé, dat is mijn taal!’ reageert een nieuwe leerling verrukt als hij het woord ‘welkom’ op de muur bij binnenkomst herkent. Iedere leerling van De Peperklip vindt op deze muur zijn eigen taal terug. Het is een van de zichtbare voorbeelden van de aandacht voor meertaligheid op de school. “Ik merk dat ouders en kinderen het fijn vinden dat hun taal hier een plek heeft,” vertelt Esmee. “En ook als we nieuwe ouders voor het eerst rondleiden, levert het vaak een glimlach op.” 

Esmee de Zeeuw startte 29 jaar geleden op De Peperklip. Ze gaf er jarenlang les aan de jongste kinderen, van de kleuters tot en met groep drie. Tegenwoordig heeft ze geen eigen groep meer, maar is ze nog altijd een vertrouwd gezicht voor de leerlingen. Ze is intern begeleider, coördinator van de kleutergroepen en maakt deel uit van het managementteam. Maar waar wij haar vandaag over spreken, is haar rol als ‘specialist taal & cultuur’. Deze rol houdt in dat zij het team van de school helpt om meertalige kinderen en hun ouders op de beste manier te ondersteunen en betrekken. 

Samen met een aantal collega’s volgde Esmee hiervoor een tweejarige training bij Team Taal & Cultuur, een initiatief van nieuwkomersscholen De Diamant, De Globe en CON De Wereldschool. Kinderen die korter dan twee jaar in Nederland wonen, gaan naar deze scholen om bekend te worden met de Nederlandse taal en te wennen aan het Nederlandse onderwijs. Met Team Taal & Cultuur delen de scholen hun expertise en helpen ze andere professionals, zoals leerkrachten en pedagogisch medewerkers, om vaardiger worden in het werken met een superdiverse populatie. 

We deden al veel, maar nog onbewust

De Peperklip staat midden in Schiedam-Oost, een levendige wijk waar veel verschillende nationaliteiten en culturen samenkomen. Die rijke mix is ook terug te vinden binnen de school. Het team was daardoor al aardig ingespeeld op het lesgeven aan meertalige kinderen. Toch gaf de training nog genoeg nieuwe inzichten, vertelt Esmee: “Tijdens de training merkten we dat we bij ons op school al veel doen, maar vaak nog onbewust. De training heeft geholpen om het bewuster te doen en die aanpak ook concreet te beschrijven. 

Het tweejarige traject is intensief, maar leerzaam. Ik volgde de training met collega’s van de middenbouw en bovenbouw. We hebben er expres voor gezorgd dat er van iedere bouw iemand meedeed, zodat we alles goed konden terugkoppelen in onze verschillende leerteams.  

Er waren verschillende blokken met vier lessen en veel praktijkopdrachten. Een van die blokken ging bijvoorbeeld over cultuursensitief werken. Daarin kwamen we meer te weten over culturele achtergronden. De kennis en voorbeelden die daarin werden gedeeld, gaven meer inzicht in waarom ouders soms doen wat ze doen.  

Een voorbeeld: als leerlingen zonder bericht niet op school komen, dan hangen wij meteen aan de lijn met de ouders. Dan is het goed om te weten dat het in Polen bijvoorbeeld niet nodig is om je kind ziek te melden. Of dat ze in de Bulgaarse cultuur heel anders naar de ontwikkeling van kinderen kijken. Daar gaan kinderen naar school als ze zeven jaar oud zijn, tot die tijd worden ze eigenlijk nog gezien als baby. Als je meer weet over de achtergrond van gezinnen, snap je beter waar verwarring vandaan kan komen. Hiervoor dacht ik toch nog vaak: hoe kan dat nou?! 

Tijdens de training gaven ze nog veel meer van deze voorbeelden, waardoor je meer begrip krijgt. Die kennis werd gegeven door mensen die in zelf het onderwijs werken, maar deze situaties vanuit hun eigen ervaring of achtergrond goed uit kunnen leggen. Zij kennen beide kanten, dat maakt het heel duidelijk.” 

Praatje, plaatje, daadje

Een van de andere blokken ging over taalontwikkeling. Hoe leren kinderen een tweede taal? Waar moet je op letten? Hoe zet je de moedertaal in om kinderen te helpen bij het vergroten van hun woordenschat? Ook de handvatten die Esmee en haar collega’s hier kregen, zijn terug te vinden in de school.  

Esmee: “Als een kind dat nog weinig Nederlands spreekt hier voor het eerst binnenkomt, proberen we altijd een taalmaatje voor ze te vinden. Die mag dan heel even uitleg geven in hun eigen taal, zodat het nieuwe kind sneller op zijn gemak is. En als er een opdracht is, legt het taalmaatje het even in de eigen taal uit, zodat het kind snapt wat er gedaan moet worden. 

We zorgen er ook voor dat we in alle groepen veel gebruikmaken van visuele ondersteuning. Ook de gymdocenten werken op een soortgelijke manier met ‘praatje, plaatje, daadje’. Eerst geven ze een korte instructie, dan doen ze het kort voor of laten ze een afbeelding zien en daarna voert het kind het uit. Als je niet heel kort die visuele ondersteuning toevoegt, bestaat de kans dat ze het niet goed begrijpen. 

Daarnaast letten we er sinds de training meer op dat we kinderen meer denktijd geven. We hebben geleerd dat ze eerst nog even moeten schakelen, want ze denken in hun moedertaal en moeten het antwoord daarna nog reproduceren in het Nederlands.  

Op De Peperklip hebben we te maken met veel kinderen die instromen met een zeer laag taalniveau. Dan heb ik het onder andere over kinderen die nog maar kort in Nederland wonen en vanaf de Wereldschool naar ons doorstromen. Maar ook over kleuters die hier in Nederland zijn geboren, of hier al langere tijd wonen, maar die thuis tot dan toe alleen de taal van hun ouders hebben gesproken. Deze kinderen krijgen intensieve begeleiding. Zij hebben die visuele ondersteuning en extra hulp voor de taalontwikkeling van een onderwijsassistent of de leerkracht echt nodig. Mijn ervaring is dat de meeste kinderen de lesstof met visuele ondersteuning snel kunnen begrijpen.”  

We laten merken dat we hun taal ook belangrijk vinden

Esmee: “Een rijke taalomgeving thuis, heeft een positieve invloed op het vergroten van de woordenschat in het Nederlands. Je kent het begrip, je hoeft er alleen nog het Nederlandse woord aan te koppelen. Daarom stimuleren we ouders en kinderen ook om veel te lezen met elkaar. We hebben geïnvesteerd in kinderboeken in allerlei verschillende thuistalen. Daar hebben we een mooi bedrag van het Jeugdeducatiefonds voor kunnen gebruiken. De boeken staan in een aparte kast, maar zijn gelabeld en gescand door de bibliotheek, zodat ze net als de andere boeken uitgeleend en mee naar huis genomen kunnen worden. Ook kleuters komen regelmatig met ouders twee boeken lenen. 

Kinderen vinden het lezen leuk en doordat de boeken er ook in hun taal zijn, merken ze dat we die taal ook belangrijk vinden. Het doet ze goed. Deze week stak een Syrische leerling nog zijn hoofd om het hoekje van de deur: ‘Juf, ik heb mijn boeken al uit, wanneer komen er nieuwe?’ Ook ouders vinden het fijn. Sommigen hebben geen geld om zelf boeken te kopen. Op deze manier kunnen ze toch boeken lezen met hun kind. Daarvoor hoeven ze dan niet eens naar de bibliotheek in het centrum. Dat maakt het laagdrempelig en zorgt ervoor dat ouders het sneller doen.” 

Communicatie met ouders

Je ziet de aandacht voor meertaligheid ook terug in hoe de school omgaat met de communicatie met ouders.  

Esmee: “Als we een belangrijke brief verspreiden via Parro, proberen we die in meerdere talen toe te voegen. Op die manier willen we ervoor zorgen dat alle ouders de informatie goed snappen. En als we echt belangrijke gesprekken moeten voeren, kunnen we gebruikmaken van de tolken van Team Taal & Cultuur. Ook dat is heel prettig.” 

Het gevoel dat jij ertoe doet

“We merken dat kinderen zich meer gezien voelen en zich sneller thuis voelen. Ze merken dat iedereen er mag zijn en dat iedereen ertoe doet.  

Sinds de training zijn we ons er nog meer van bewust hoe belangrijk het is om kinderen te laten vertellen over hun eigen cultuur. Dit jaar hebben we dat in een groot project over landen en culturen gegoten. Er reist een luchtballon door de school en die landt in iedere groep in een andere cultuur. Aan het einde van het project organiseren we een grote presentatie, waarin alle kinderen aan de buurt laten zien wat ze hebben onderzocht en geleerd. 

Door hier meer aandacht aan te geven, krijgen kinderen het gevoel dat ze er mogen zijn en dat is het allerbelangrijkste. We zien bij ons op school hoe respectvol kinderen en ouders met elkaar omgaan. Iedereen heeft een andere taal, ander eten, en dat wordt gewaardeerd. Het is goed voor het welzijn, kinderen en ouders voelen zich gezien en welkom.”

Hoe nu verder?

Esmee heeft samen met haar collega’s het geleerde verwerkt in een kwaliteitskaart voor de school. Daarin staat ook een eerste aanzet voor de visie op meertaligheid. De volgende stap is om die verder uit te werken. Daarnaast blijven ze zich aanpassen op wat er nodig is. 

De begeleiding van Team Taal & Cultuur blijft, ook nu de training is afgerond. Esmee: “Af en toe komt een van de professionals langs om met ons mee te denken als we ergens tegenaan lopen of vragen hebben. Een van de collega’s die de training heeft gedaan, heeft inmiddels ook de aanvullende cursus traumasensitief werken gedaan. In samenspraak met Team Taal & Cultuur heeft zij vervolgens een teamscholing georganiseerd om die kennis te delen met de andere collega’s.” 

Aan alle Primo-collega’s die ook meer willen weten over de ondersteuning van meertalige kinderen, geeft Esmee het volgende mee: “Ga eens kijken op een school die deze aanpassingen op meertaligheid al heeft gedaan. En overweeg om de cursus ook te doen. Het is heel waardevol voor je school om met dit onderwerp bezig te zijn.” 

Brugfunctionaris in beeld

Vanaf dit schooljaar hebben bijna alle scholen van Stichting Primo Schiedam een brugfunctionaris. De brugfunctionaris is de schakel tussen school, kind en gezin en zorgt ervoor dat kinderen die opgroeien in ingewikkelde thuissituaties – bijvoorbeeld omdat ze opgroeien in armoede – toch mee kunnen blijven doen en hun talenten kunnen ontwikkelen. Karin Driessen, burgfunctionaris op Loep, vertelt wat haar rol inhoudt, hoe zij te werk gaat en waarom het zo belangrijk is om als brugfunctionarissen onderling zoveel mogelijk kennis te delen. 

door de redactie


Op het moment dat we Karin spreken, is de decemberdrukte op Loep in volle gang. De teamkamer naast haar werkplek vult zich met overheerlijke geuren, omdat een groep kinderen er met elkaar pepernoten aan het bakken is. “Kom, laten we even een rustiger plekje opzoeken,” zegt Karin.  

Al wandelend door de gang helpt ze nog even met een droge broek voor een kind, houdt ze wat potentiële onrust op het plein in de gaten en beantwoordt ze hier en daar wat vragen van collega’s. “Zo, we kunnen beginnen…” 

Karin, 40 jaar, werkt sinds maart 2022 op Loep: “Ik kom niet uit het onderwijs. Ik heb hbo Rechten gedaan en daarna heb ik jaren in het sociaal domein gewerkt, onder andere voor de gemeente Vlaardingen. Maar toen mijn kinderen wat ouder werden en naar de basisschool gingen, merkte ik dat het basisonderwijs mij ook trok. Dus besloot ik te solliciteren bij Primo om te kijken welke rol ik kon spelen.”

Zo kwam Karin bij Loep terecht. Behalve verschillende ondersteunende taken voor de directeur en het begeleiden van leesgroepen, vervult Karin daar nu al bijna drie jaar de rol van brugfunctionaris.  

“Onze vorige directeur, Annemieke Jeene, heeft mij die rol gegeven. Al was de term brugfunctionaris er toen nog niet. Annemieke had een ontzettend groot hart voor de kinderen van Loep. Zij had goed zicht op hoe belangrijk het is dat er iemand op school is die kan helpen als gezinnen het moeilijk hebben. Zij heeft mij verder alle ruimte en vrijheid gegeven om de functie eigen te maken.” 

Brugfunctionaris als steunpilaar

Een brugfunctionaris slaat een brug tussen school, het gezin en de directe leefomgeving van een kind. Of, zoals Karin het omschrijft, is de brugfunctionaris een steunpilaar met een vertrouwd gezicht, die zich bezighoudt met alles rondom armoede. De brugfunctionaris biedt ouders en kinderen een luisterend oor, ondersteunt bij vragen en helpt ze een weg te vinden naar voorzieningen. Bijvoorbeeld door hun in contact te brengen met hulp in de wijk, maar ook door regelingen aan te vragen of te helpen met het invullen van formulieren. Door ouders te ondersteunen bij deze niet-schoolse, praktische zaken, krijgt een gezin vaak wat lucht. Dat zorgt ervoor dat de kinderen beter mee kunnen doen en ook beter tot leren komen.   

Niet alleen in het onderwijs, maar ook bij de overheid zien steeds meer mensen de meerwaarde van een brugfunctionaris. Aan het begin van dit kalenderjaar konden scholen bij het rijk subsidie aanvragen voor een brugfunctionaris op school. Ook veel Primo-scholen hebben die subsidie toegekend gekregen. Geen overbodige luxe in een gemeente waar 1 op de 6 kinderen opgroeit in armoede. Elf van de twaalf Primo-scholen, waaronder Loep, hebben vanaf dit schooljaar een eigen officiële brugfunctionaris. Met haar ervaring helpt Karin graag mee om deze collega’s goed te laten landen in hun rol: “Toen ik net begon had ik geen idee, en ik kon niet echt bij iemand terecht. Het is fijn dat startende brugfunctionarissen nu vanaf het begin af aan al veel meer een intern netwerk hebben.”

Laten we onze kennis delen

“Begin september ben ik, samen met Marian (brugfunctionaris op De Singel), benaderd door Mariëlle van der Schoor en Nichola Capel van het bestuurskantoor van Primo. Samen hebben we meegedacht over een bijeenkomst voor alle brugfunctionarissen binnen Primo. In de week na de herfstvakantie hebben we die bijeenkomst georganiseerd. We maakten kennis met elkaar en bespraken dingen zoals: wat verwacht je van je rol? Weet je al hoe je het gaat invullen of heb je nog geen idee? Voor mij was de uitleg niet echt meer nodig, maar het fijne aan zo’n bijeenkomst is dat je ideeën met elkaar kunt uitwisselen. Is er nog iets nieuws? Hoe pak jij dit of dat aan? Hoe presenteer je jezelf?

Naar aanleiding van die bijeenkomsten heb ik ook nog aparte gesprekken gehad met startende collega’s. Ik kon ze goed helpen door te vertellen waar ze het beste lid van kunnen worden, waar ze informatie kunnen vinden, welke initiatieven er zijn in de stad en waar ze intermediair van moet worden, zodat ze regelingen kunnen aanvragen voor kinderen.  

Een van de collega’s gaf aan dat ze het best spannend vindt om ineens met ouders in gesprek te moeten over armoede. Ik weet dat het Jeugdeducatiefonds bijeenkomsten gaat organiseren over het signaleren van armoede en over hoe je het gesprek met ouders aangaat, maar niet alle Primo-scholen met een brugfunctionaris zijn een Jeugdeducatiefonds-school. En als je school dat niet is, kun je daardoor als brugfunctionaris niet naar die bijeenkomsten. Ook hebben die scholen minder te besteden. Alle kinderen voor de vakantie een tas met boodschappen meegeven, zoals wij dat op Loep doen, is voor deze scholen niet haalbaar. Maar dat betekent natuurlijk niet dat zij geen kinderen in armoede hebben op school. Zij moeten voor hulp vooral rekenen op regelingen van de gemeente en andere initiatieven, zoals Stichting Jarige Job, Jeugdfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld. Daardoor is het extra belangrijk om binnen Primo alle kennis met elkaar te delen. 

Het is bedoeling is dat we vanaf nu met alle brugfunctionarissen van Primo een paar keer per jaar bij elkaar komen, zodat we van gedachten kunnen wisselen en het met elkaar kunnen delen als er iets nieuws op de proppen komt. Voor al die momenten ertussen heeft Nicola heeft via Outlook een groep aangemaakt waarin we dingen naar elkaar doormailen. Uiteindelijk moet je het op school zelf doen, maar het is fijn als je mensen hebt om iets aan te kunnen vragen.”  

Terug naar de dagelijkse praktijk

In de twee en een halve dag dat Karin werkt, biedt ze behalve een luisterend oor, vooral veel hulp bij allerlei praktische zaken. Van een bed voor een kind dat nog bij zijn moeder slaapt tot een Jarige Job Box, zodat kinderen hun verjaardag kunnen vieren.  

“Maar de allermeeste aanvragen gaan toch over sport. Ik probeer de kinderen altijd eerst naar zwemmen te krijgen, omdat een zwemdiploma voor alle kinderen nou eenmaal heel belangrijk is. Maar daarnaast zijn boksen en judo op onze school helemaal hot. Voor al deze dingen kan ik terecht bij het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Het fijne aan dat fonds is dat je geen inkomensverklaring nodig hebt. Zij zijn daarin heel duidelijk: als jij denkt dat het nodig is, dan vraag je het aan. Ik mag dus zelf beoordelen of een gezin er baat bij heeft. Zo zijn er op Loep ook ouders die onder de noemer ‘werkende armen’ vallen. Vanwege hun inkomen vallen zij vaak net buiten regelingen met een inkomenstoets. Laatst had ik bijvoorbeeld nog een gezin met twee kinderen waarvan de ouders zich een slag in de rondte werken. Desondanks konden ze het geld voor zwemles niet opbrengen. Dankzij het Jeugdfonds heeft dat jongetje toch maar mooi zijn c-diploma gehaald.” 

Alle kleine beetjes helpen

Als Karin in de afgelopen jaren één ding heeft geleerd, dan is dat dat alle kleine beetjes écht helpen.  

“Zo wees Marian mij erop dat je als school via het Armoedefonds een MUP kunt worden, dat is een Menstruatieproducten UitgiftePunt. Dat heb ik toen meteen aangevraagd. We hebben nu gratis maandverband op de meidenwc’s en mensen kunnen het bij mij ophalen.  

Vorige week had ik een gesprek met een moeder die ik al weken aan tafel probeerde te krijgen. Ze heeft een groot gezin met onder andere puberdochters, is zelf ziek en kan niet werken, vader is vertrokken en de kinderen zijn vaak veel te laat op school. Er was veel verdriet en dat kwam er allemaal uit. Gelukkig ik heb veel voor haar kunnen regelen. Aan het einde van het gesprek kon ik ook nog die doos van de MUP erbij pakken. Of ik haar kon helpen met menstruatieproducten? Ze veerde daar helemaal van op. Ze moet dat elke maand voor haarzelf en haar dochters kopen, maar dat is zo duur. ‘Laten we het in een tas stoppen’, zei ik tegen haar, ‘dat is discreter’. Maar die tas scheen hartstikke door, dus we hebben enorm gelachen. Uiteindelijk liep ze toch nog met een grote glimlach de deur uit. 

Mensen zeggen weleens dat dit soort hulp pleisters plakken is, een druppel op een gloeiende plaat. Maar ik ben ervan overtuigd dat het wél helpt. Dat leer je als je elke keer weer ziet wat het doet met mensen als je ze aan een dekbed, kleding of schoenen kan helpen. Als ik zo’n moeder die tas met menstruatieproducten meegeef, kan ze met het geld dat ze uitspaart misschien toch nog een klein schoencadeautje kopen voor de kinderen. En dat is ook heel belangrijk.” 

Beter in beeld

Om ouders en kinderen echt te kunnen helpen, moeten ze Karin wel weten te vinden. Dat lukt nog niet altijd even goed, vindt ze zelf. Daarom doet ze er alles aan om in beeld te komen bij de mensen die haar hulp kunnen gebruiken.  

“Deze week zei een collega: ‘Jij kunt mensen goed helpen, omdat je er echt voor ze bent. Mensen voelen zich snel vertrouwd om hun verhaal bij jou te doen’. Dat vond ik een lief compliment. Ik probeer ook zo laagdrempelig en benaderbaar mogelijk te zijn. En het klopt, als mensen eenmaal bij mij aan tafel zitten, vertellen ze hun hele verhaal. Ik zit snel met mensen op één lijn, met arm, rijk en alles wat ertussen zit. Dat heb ik eigenlijk altijd wel gehad, ook toen ik nog bij de sociale dienst werkte. Ik praat veel, maar die mensen dan ook! Toch bereik ik als brugfunctionaris nog lang niet iedereen die ik wil bereiken. Ik sta elke drie ochtenden die ik per week werk buiten bij de deur. Ik probeer mijn gezicht veel te laten zien aan ouders en kinderen. En regelmatig plaats ik berichtjes in Parro, de ouderapp. Dan komen er wel wat meer aanvragen. Maar verder kan ik niet zomaar ouders aanspreken met: ‘Joh, heb jij hulp nodig? Je ziet er arm uit.’ Daar denk ik dus veel over na: heb ik het op de rit? Wat kan ik anders, meer of beter doen?  

En als brugfunctionaris kun je het niet alleen, je hebt heel het team nodig. Leerkrachten, ib’ers en zelfs de fysio helpen door te signaleren wat er in het gezin van een kind speelt, door ouders door te verwijzen en bij mij aan de bel te trekken. Samen kunnen we gezinnen nog beter helpen. En wat ook belangrijk is om daarbij te zeggen: ik pak alles op, dus het kost collega’s verder geen extra werk. 

“Als brugfunctionaris kun je het niet alleen, je hebt heel je team nodig.”

Ik hoop dat we met de brugfunctionarissen nog veel meer ouders en ouders kunnen helpen. Maar bovenal hoop ik dat we eraan kunnen bijdragen dat armoede meer bespreekbaar wordt, zodat mensen die hulp nodig hebben, zich daarvoor niet meer hoeven te schamen. Er zijn al steeds meer ouders die bij mij aan durven kloppen, maar het kan gewoon niet dat het er zo weinig zijn. Ik hoop daarom dat we allemaal wat meer naar elkaar om gaan kijken. We moeten het onderwerp armoede nog meer met elkaar gaan dragen.”

Leestips van Karin
Maak een start met meer dynamiek tijdens jouw lessen.

  • Armoede uitgelegd voor mensen met geld, Tim ‘S Jongers
  • Dromenmakers, mijn reis langs eigenwijze basisscholen, Abdelkader Benali

Een nieuwe rol: bovenschools directeur

De eerste twee maanden zijn voorbij, haar nieuwe werkplek op het stafbureau wordt steeds meer vertrouwd. Mariëlle van der Schoor kijkt terug op een geslaagde start van haar nieuwe rol als bovenschools directeur binnen Primo Schiedam.

door de redactie


Het is nog even wennen, na meer dan twintig jaar niet meer elke dag via het schoolplein naar je vaste werkplek. “Nu pak ik de lift of trap naar de 6e verdieping, het gedeelde kantoor van Primo en Wijzer is mijn uitvalsbasis geworden.” Mariëlle startte al die jaren geleden in het openbaar onderwijs in Schiedam, als kleuterjuf op De Peperklip. Ook daarna bleef ze werkzaam op Primo-scholen. Ze werd intern begeleider, deed een studie, werkte als orthopedagoog op De Poldervaart, deed de schoolleidersopleiding en was achtereenvolgens 6 jaar directeur op De Peperklip en 10 jaar op Het Windas. Sinds augustus van dit jaar is ze bovenschools directeur bij Primo.

Een nieuwe rol 

Iedereen weet dat je bij een nieuwe functie altijd even tijd nodig hebt om je nieuwe rol en taken te ontdekken. Voor Mariëlle komt daar nog eens bij dat de functie van bovenschools directeur een primeur is binnen Primo. Voor haar is er dus ook na deze eerste wenperiode, samen met Primo, nog genoeg te verkennen. 

Mariëlle: “Omdat het een nieuwe functie is, weet je vooraf nog niet tot in detail wat je gaat doen. Ik neem in ieder geval taken over van Peter Jonkers, onze directeur-bestuurder. Ik houd mij onder andere bezig met alles rond taalvisie en gelijke kansen. Daarnaast heb ik een rol in het uitwerken van interne stukken en hebben Peter en ik de scholen verdeeld. Ik ben nu het aanspreekpunt voor Het Kleurrijk, Daltonbasisschool De Klinker, De Peperklip, Loep en De Violier.”

“Ik heb veel verschillende rollen, taken en functies gehad, ik weet hoe belangrijk het is dat mensen zich op al deze plekken gehoord voelen.”

Sterke scholen 

Vanaf het stafbureau wil Mariëlle niet alleen deze, maar alle scholen goed ondersteunen, zodat zij zich zoveel mogelijk kunnen richten op hun kerntaken. Primo werkt, zeker in vergelijking met andere schoolbesturen, met een klein bovenschools team. Dat betekent dat de scholen zelf veel zeggenschap hebben, maar dus ook dat zij zelf sterk in hun schoenen moeten staan. 

Mariëlle: “Ik snap goed wat daarvoor nodig is. Dat klinkt misschien als ‘ik weet het allemaal al en ik ga jullie dat wel even vertellen’. Maar wat ik eigenlijk wil zeggen, is dat ik veel ervaring hierin heb. Ik weet hoe belangrijk het is om gehoord te worden.

Daardoor weet ik ook dat het essentieel is dat we dat goed faciliteren vanuit het stafbureau, want dan kun je als schooldirecteur of teamlid je werk goed doen.”

Leiderschap in alle lagen 

Mariëlle: “We krijgen in het onderwijsveld te maken met steeds complexere vragen. Die los je niet op door van bovenaf te sturen. We moeten ervoor zorgen dat alle scholen sterk zijn en sterk staan, zodat zij die vraagstukken vanuit de praktijk kunnen aanpakken. Daarom willen we de interne kracht van alle Primo-scholen nog verder verstevigen. Mede daarom zijn we samen met onze scholen gestart met het High Performing Schools-traject (HPS). Zo zijn het bij ons juist de leerkrachten die meedenken over wat goed onderwijs op hun school inhoudt, in plaats van dat dit van bovenaf wordt bepaald. 

Dat vraagt om leiderschap in alle lagen. Daarvoor werken we in leerteams. Leerkrachten, kwaliteitscoördinatoren (KC’ers), directeuren, maar ook op het stafbureau. Onlangs hebben we binnen Primo een nieuw koersplan uitgezet. In de leerteams denkt iedereen mee over hoe hij zich kan inzetten om voor elkaar te krijgen wat er nodig is.

Met deze manier van samenwerken kun je het volledige potentieel van de organisatie gebruiken. Iedereen weet wat de koers is van de school, van de stichting en hoe ze zelf bijdragen aan die koers.”

Weet iedereen dit wel? 

“Met onze High Performing Schools, het NKC en de manier waarop we binnen onze organisatie samenwerken, zijn we iets fantastisch aan het doen. Ik ben ervan overtuigd dat dat zich gaat vertalen naar een groot succesverhaal. Soms vraag ik mij wel eens af: weet iedereen binnen Primo dat wel? Want jullie spelen daarin je eigen onmisbare rol. Jij doet ertoe! 

Ik denk zelfs dat we, door de dingen die we binnen Primo met elkaar aan het doen zijn, veel minder last hebben van problematiek als te weinig personeel of gedoe met geld. Dat komt door de sterke gedeelde visie en de eenduidige aanpak: de scholen die goed samenwerken, de onderlinge verbondenheid, de manier waarop we samen het onderwijs vormgeven.

Leerkrachten, directeuren, KC’ers, conciërges, administratieve krachten… allemaal hebben ze hun eigen groepen om te leren van en met elkaar. Daardoor kun je samen meer opvangen.  

Een mooi voorbeeld daarvan: op dit moment volgen binnen Primo zeven collega’s het traject schoolleider in opleiding. Je moet weten dat het heel moeilijk is voor schoolbesturen om nieuwe schoolleiders te vinden, dat is zelfs nog moeilijker dan leerkrachten. Hoe mooi is het dat we deze mensen zelf opleiden?! Ze zitten samen in een leerkring waarin ze steun aan elkaar hebben en krijgen de ruimte om rustig ervaring op te doen. Drie van deze collega’s hebben inmiddels binnen Primo alweer een nieuwe functie gevonden.  

Ik denk dat dit onze kern is: je boeit mensen, omdat je ze de kans geeft om iets nieuws te leren. Dat maakt het werk interessant en aantrekkelijk. Het zorgt ervoor dat mensen blijven en daarmee behoud je ook hun kennis en de potentie voor de organisatie.  

Dat kunnen leren in alle lagen is voor mij ook belangrijk geweest. Ik ben doorgegroeid tot directeur, heb dat op twee scholen gedaan, maar ik was ook toe aan nieuwe dingen. Had ik binnen Primo deze kans niet gehad, dan was ik op een gegeven moment misschien ook weggegaan.” 

Aan de slag  

“Door de jaren heen zijn twee punten voor mij altijd het belangrijkste geweest: goede onderwijsresultaten en kansengelijkheid. Dat zit er zo ingebakken, dat ik soms niet eens meer doorheb dat ik dit meeneem in alles wat ik doe. Het zullen dan ook speerpunten blijven op het stafbureau en in mijn gesprekken met directeuren.  

Mijn winst is dat ik net uit de praktijk kom en daardoor de wereld van een school goed begrijp. Het is mijn doel om alles in elkaar te laten grijpen en ervoor te zorgen dat het stafbureau scholen op de beste manier ontzorgt. Zo maken we er een goed geoliede organisatie van, waarbinnen scholen zich volledig op hun belangrijkste taken kunnen richten.

Ik ben zelf groot voorstander van een platte organisatie waarbij leiderschap zo laag mogelijk ligt. Een grote overhead is wat mij betreft niet nodig, want iedereen kan dat leiderschap oppakken.” 

Hoe nu verder? 

“Ik schuif zo vaak mogelijk aan bij besprekingen en in het geval dat ik ergens nog niet zoveel kennis over heb, vertrouw ik erop dat ik die kennis op zal bouwen. Het scheelt dat ik al lang meeloop en altijd in Schiedam heb gewerkt.

Mijn werk is verschoven naar een kantoorbaan. Ik ben gewend om in een schoolteam te werken op een plek met een vaste dagstructuur, maar nu ben ik veel solistischer bezig en vaker alleen op pad.

En… geen kinderen in de buurt. Die mis ik het allermeest. Even een praatje met een kind, even loskomen van je werk omdat er een traktatie wordt langsgebracht… Maar ik vind het ook wel weer heel erg leuk om na zoveel jaar weer met nieuwe mensen samen te werken en te ontdekken wat een geweldige mensen er werken op het stafbureau.”

Schoolleider in opleiding

Heb jij weleens overwogen of het vak schoolleider iets voor jou is? Binnen Primo volgen verschillende collega’s de opleiding. Ze worden naast hun studie actief begeleid door ervaren Primo-directeuren en krijgen de kans om het geleerde ook direct in de praktijk te brengen. Esmaa Hmamouch is een van de collega’s die het traject voor Vakbekwaam schoolleider bijna heeft afgerond. Ze vertelt ons hoe dat tot nu is bevallen en gunt ons een blik op de schoolleider die zij hoopt te worden.

door de redactie



De carrière van Esmaa begon in een heel andere sector. Na haar opleiding Communicatie rolde ze de bankwereld in. Daar deed ze flink wat ervaring op in verschillende commerciële en leidinggevende functies, maar toch voelde ze dat daar haar toekomst niet lag. Het onderwijs lonkte. Dus zegde ze tien jaar geleden haar baan op en meldde zij zich bij een onderwijsbestuur in Rotterdam.

“Eigenlijk zou je mij een van de eerste zij-instromers kunnen noemen. Overdag werkte ik als onderwijsassistent en in de avonduren haalde ik mijn pabo-diploma. Het voordeel daarvan was dat ik inkomsten had en tegelijkertijd kon wennen aan het vak. Ik werkte als vervanger en daardoor heb ik in de periode tot aan mijn diploma veel verschillende scholen gezien. Daarna heb ik voor veel verschillende groepen gestaan, van groep 1 tot en met groep 8. In mijn jaar voor groep 8 heb ik wel even gedacht: ga ik dit echt doen? Lesgeven aan die groep is echt een vak apart. Dit was ook nog eens op een van de moeilijkste scholen van Rotterdam. Ik had daar toen de handvatten nog niet voor. Maar ik ben blij dat ik ben doorgegaan. Met vallen en opstaan, en met een hart voor het onderwijs en voor het kind.”

Van basisbekwaam naar vakbekwaam

Esmaa groeide steeds verder binnen het onderwijs. Al snel was ze niet alleen leerkracht, maar ook bouwcoördinator en leerteamvoorzitter. Ze merkte dat ze een leidinggevende rol ook weer meer ging overwegen. “Ik had ervaring met leiderschap in de bankwereld, met coachen en sales. Waarom zou ik die ervaring niet met mijn werk in het onderwijs combineren?”

Ze besloot om de post-bachelor Basisbekwaam Schoolleider te gaan doen. Die rondde ze af bij haar vorige werkgever. Dit jaar ging ze bij Primo aan de slag met het vervolg: de opleiding Vakbekwaam Schoolleider. Over een paar maanden heeft ze ook dat diploma op zak.

“Ik ben nog altijd blij dat ik mijn ambities heb gevolgd. En dat ook nog deze mooie kans bij Primo op De Singel mijn pad kwam. Primo creëerde de ruimte voor mij om echt dingen te gaan doen.”

Aan de slag!

Esmaa staat nu twee dagen voor de klas in groep 5 van De Singel. De overige drie dagen besteedt ze aan haar opleiding. Dat doet ze twee dagen in de praktijk, waar ze zich als lid van het MT onder andere bezighoudt met de visie van de school, de visie op burgerschap en met het begeleiden en coachen van collega’s. Op de derde dag dompelt ze zich onder in kennis, theorie en literatuur. Dat doet ze samen met andere schoolleiders in opleiding. Ze worden daarin begeleid door Academica, een opleidingsinstituut uit Amsterdam waar Primo mee samenwerkt.

Vooral alle literatuur komt voor Esmaa als geroepen: “Die heb ik gemist. Ik kom van een bank, waar het draait om feiten, data en analyse. Eenmaal in het onderwijs merkte ik dat ik dingen soms moeilijk kon plaatsen. Leuk die Cito-resultaten, maar wat zegt dat over wat we dagelijks doen? Is wat we doen wel goed genoeg? Mijn onderbuikgevoel zei dat er meer achter moest zitten. Inmiddels weet ik dat dat gevoel klopte. Dat je door een koppeling te maken tussen praktijk, onderzoek en literatuur nog beter onderwijs kunt aanbieden. Toen ik daarachter kwam, gaf me dat zoveel energie. Dit is het bewijs, je kunt die koppeling maken! Dit is wat ik wil!”

Nieuw schooljaar, nieuwe uitdaging

Met ingang van het volgende schooljaar stopt Esmaa met het lesgeven en gaat zij zich fulltime richten op het schoolleiderschap. Dat doet ze dan deels op De Singel en deels op een andere Primo-school. “Ik vind dat niet spannend, ik zie het als een uitdaging. Ervaring baart kunst. En als je niet weet hoe je iets moet doen maar je doet het toch, dan geeft dat weer nieuwe energie. Ik kom er wel, ik blijf gewoon mijzelf.”

Esmaa ziet het bouwen aan duurzame relaties met je team als een van de belangrijkste aspecten van het schoolleiderschap. Daar zal ze zelf dan ook veel aandacht voor hebben. “Ik neem mee wat ik heb geleerd uit de boeken en ga het team helpen in haar behoeften. Ik ga luisteren, gesprekken voeren, vragen stellen…


Bij kinderen trekt de leerkracht de kar, maar als schoolleider ben jij de verbindende factor. Je werkt samen met de leerkrachten aan goed onderwijs. Geïnteresseerd zijn in je leerkrachten is 50% van het vak. Maak ruimte om leerkrachten te leren kennen en weet waar zij energie van krijgen. Blijf met ze in contact en wees daarbij kwetsbaar. Zeg het dus ook als je het een keertje niet weet. Jij bent een rolmodel. Daarom is zelfreflectie voor schoolleiders ook zo belangrijk.

Leerkrachten staan met heel hun hart, ziel, passie voor de klas. Daardoor zijn ze ook vaak perfectionistisch, ze willen het beste voor hun leerlingen en kijken vooral naar wat er beter kan. Maar soms moet je ze uit die tunnel halen en ze helpen om op een andere manier te kijken. Ik zie snel wat mensen kunnen. Daar bouw ik op door, door ze het vertrouwen te geven dat ze het volgende dan ook kunnen. Iemand beschreef mij eens als een cheerleader. Die zei: ‘jij gelooft nog meer in mij dan ik in mijzelf.’”

Ruimte om te doen

Zelf kan Esmaa voorlopig ook nog vertrouwen op genoeg begeleiding en intervisie.

“Inge Werneke, directeur van De Singel, blijft mij voorlopig begeleiden. Daar ben ik heel blij mee, want ook als schoolleider loop je tegen dingen aan en weet je soms niet meteen hoe je iets moet aanpakken. Nu hebben Inge en ik nog wekelijks gesprekken, volgend jaar wordt dat een keer per twee weken. Ik krijg van haar nog meer ruimte om het gewoon te gaan doen. Dat waardeer ik.

Het voelt wel gek dat het lesgeven na dit schooljaar voorlopig voorbij is. Ik merk dat ik toe ben aan een volgende stap, maar aan de andere kant denk ik: o, de klas uit… dat betekent loslaten en dat is ook wel verdrietig. Maar het gevoel dat ik straks voor de leerkrachten van een school kan doen wat ik nu voor de leerlingen in mijn klas doe,  dat maakt veel goed. En als leerkrachten zich goed voelen, straalt dat door naar de leerlingen. Dat ik als schoolleider op die manier dus nog meer leerlingen kan bedienen, is een mooie bijkomstigheid.”

Jij doet ertoe

Tot slot nog een belangrijke vraag: in hoeverre heeft Esmaa alles wat zij belangrijk vindt zelf ervaren in dit eerste jaar bij Primo?

“Voordat ik de keuze maakte om bij Primo te gaan werken, heb ik meerdere gesprekken gevoerd. In al die gesprekken had ik het idee dat ik echt werd gezien. De Primo-slogan is ‘Je doet ertoe’ en zo voelt het ook echt voor mij. Ik werd hier niet gezien als opvulling voor een gat in het lerarentekort.

Mijn eerste gesprek was met Marielle van der Schoor, directeur van basisschool Het Windas. Mijn tweede gesprek was met Liza Sloot, hoofd P&O en Peter Jonkers, directeur-bestuurder van Primo. Zij waren heel open en transparant over waar Primo naartoe werkt, maar ook over waar ze nog niet zijn. Dat vond ik fijn, want daardoor wist ik waar ik instapte. Ik had het gevoel dat ik helemaal mezelf mocht zijn. Peter Jonkers gaf mij ook het vertrouwen dat er bij Primo nog genoeg mogelijkheden zijn naast het lesgeven. Zeker voor de nieuwe generatie leerkrachten is zo’n hybride vorm aantrekkelijk. Bij Primo zijn ze erg bezig met hoe je nieuwe mensen binnen houdt en de huidige collega’s blijft inspireren. Dat vind ik belangrijk.

Na dat gesprek met Liza en Peter mocht ik spontaan op gesprek komen bij Inge op De Singel. Daar voelde het vanaf het allereerste moment als thuiskomen. Inge zei: ‘We weten nog niet hoe we het gaan doen, maar we gaan het doen!’ Gewoon alleen al dat ze ‘we’ zei in plaats van ‘ik’, dat vond ik zo fijn!

Ik mocht vanaf dag één Esmaa zijn. Ik was welkom als mens, niet alleen als Esmaa de leerkracht. Dat is een onderdeel van wie ik ben, maar daarnaast neem ik mijn privéleven mee, mijn bagage… Die holistische benadering ervaar ik als het meest positief bij Primo en De Singel. Dat is iets wat ik zelf ook wil overdragen aan anderen.”